Reglement

|Reglement
Reglement2018-09-14T13:40:21+00:00

1     ALGEMENE BEPALINGEN

BEGRIPSAANDUIDINGEN

artikel 1
In dit reglement wordt verstaan onder:

a.    Bestuur: de Stichting Oecumenische Begraafplaats Klarenbeek, eigenaar van de
begraafplaats “Het Heidepark”.
b.    Begraafplaats: het terrein, gelegen aan de Landweg 20, 7382 BL Klarenbeek, bestemd voor het begraven van overledenen en voor het begraven of bijzetten van asbussen van overledenen.
c.    Beheerder: degene die door het bestuur is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats.
d.    Eigen (urnen-) graf: een ruimte op de begraafplaats, bestemd voor het begraven, twee overledenen (naast elkaar) of hun asbussen, waarvan het gebruiksrecht voor de duur van ten minste 20 jaar is verleend aan een rechthebbende volgens de voorwaarden van dit reglement, welk recht kan worden verlengd.
e.    Rechthebbende:  de meerderjarige persoon of rechtspersoon aan wie het recht op een eigen (uren-)graf is verleend.
f.    Grafrechten: het recht op een eigen (urnen-)graf voor twintig jaar en het recht op bewaring van een asbus in de urnenbewaarplaats voor twintig jaar.
g.     Bijzetting:
1.    het begraven van een overledene in een graf waarin reeds een overledene is begraven;
2.    het begraven van een asbus/urn in een graf waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;
3.    het plaatsen van een asbus/urn in een urnenbewaarplaats.
h.    Asbus: hermetisch afgesloten koker met de as van de overledene, waarop diens naam en voorletters, alsmede een registratienummer in onuitwisbare letters en cijfers staan vermeld.
i.    Urn: voorwerp waarin een of meer asbussen zijn opgeborgen. De bepalingen voor asbussen in dit reglement gelden ook voor urnen.
j.    Urnenbewaarplaats: voorziening op de begraafplaats waarin asbussen of urnen, hecht aan de plaats van bijzetting, verbonden worden opgeborgen.
k.    Asverstrooiingsveld: gedeelte van de begraafplaats waarop de as van een overledene verstrooid kan worden.
l.    Gedenkzuil: Een in het asverstrooiingsveld aangebrachte zuil, waarop een plaatje met de gegevens van de overledene kan worden aangebracht. De uitvoering en maatvoering van het gedenkplaatje zijn voorbehouden aan het bestuur. Het gebruiksrecht van 10 jaar kan telkens verlengd worden met 5 jaar.

BESTUUR

artikel 2

Het bestuur is gebonden aan het reglement wat goedgekeurd is door de Raad van Toezicht.

BEHEERDER

artikel 3

Het bestuur kan een van zijn leden of een andere persoon, in dit reglement te noemen de beheerder, belasten met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats. De beheerder is bevoegd om namens het bestuur opdrachten te verlenen, het beheer van de begraafplaats betreffende en om namens het bestuur grafrechten te verlenen.

WIE MOGEN ER BEGRAVEN WORDEN

Artikel 3a

Alle inwoners van Klarenbeek en van de kerkelijke gebieden van de beide kerkgenootschappen. Personen die lid zijn van een van beide kerken. Oud Klarenbeekers die naar de verzorgingstehuizen zijn vertrokken. Mensen die een sociaal en/of maatschappelijke binding hebben behouden met Klarenbeek. Het bestuur kan in uitzonderlijke gevallen hiervan afwijken en toestaan dat anderen op  de begraafplaats worden begraven.

BESCHEIDEN VOOR EEN BEGRAVING

artikel 4

1.    Voor de begraving dient het verlof tot begraving of tot de bezorging van de as te worden getoond.
2.    De voor de begraving en bewaring van een asbus noodzakelijke bescheiden, zoals de grafakte en de kwitantie van betaling van de verschuldigde rechten of een deugdelijk bewijs van begraving of bewaring van een asbus voor rekening van derden en de e.v. autorisatie van de rechthebbende moeten voor de begraving c.q. bewaring aan de beheerder worden overlegd.
3.    De materialen die verwerkt zijn in de lijkkist, de lijkhoes en de kleding van de overledene dienen zoveel mogelijk van natuurlijk verteerbare aard te zijn. In geval van ernstige en gerechtvaardigde twijfel of de materialen aan deze eis voldoen, kan de beheerder een controle instellen. Blijken de gebruikte materialen niet aan de eis te voldoen dan kan begraving geweigerd worden.

BEVORDEREN VAN NATUURLIJKE ONTBINDING

artikel 4a

Het is verboden om een overledene te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof  (binnen) kist.
1.    Het is verboden om een overledene te begraven met gebruikmaking van een lijkhoes, die niet voldoet aan de voorwaarden van het Lijkomhulselbesluit 1998.
2.    Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te sluiten die niet tot de kist of de overledene behoren, anders dan kleine verteerbare grafgiften.
3.    Bij het ter begraving aanbieden van een kist of ander lijkomhulsel dient ten minste 24 uur voorafgaand aan het tijdstip van begraving een schriftelijke verklaring te worden overgelegd – volgens een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen model – omtrent de aanwezigheid van de in voorgaande leden bedoelde materialen en voorwerpen. Indien van een lijkhoes gebruik wordt gemaakt, zal de aanbieder tevens moeten overleggen:
a)    een afschrift van een rapport waaruit blijkt dat de gebruikte hoes voldoet aan de normen van het Lijkomhulselbesluit;
b)    een bewijs dat de betreffende hoes is aangekocht.

DE BEGRAVING EN DE BEWARING VAN EEN ASBUS

artikel 5

1.    Een begraving of de bewaring van een asbus of asverstrooiing geschiedt op een dag en uur, met de beheerder tevoren overeen te komen en volgens aanwijzing van de beheerder.
2.    De lijkkist, dan wel het omhulsel en de asbus moeten zijn voorzien van een registratienummer. Dit registratienummer moet worden opgenomen in de administratie van de begraafplaats.
3.    Na de asverstrooiing is het de rechthebbende toegestaan een gedenkplaatje aan te laten                brengen op de gedenkzuil in het asverstrooiingsveld. De uitvoering en maatvoering van de           gedenkplaatjes zijn voorbehouden aan het bestuur.

WERKZAAMHEDEN OP DE BEGRAAFPLAATS

artikel 6

1.    Het delven en dichten van graven, het openen van een graf, het opdelven van stoffelijke resten en het bijzetten van asbussen geschieden uitsluitend door het personeel van de begraafplaats of, in opdracht van het bestuur, door derden.

2.    Het bestuur geeft aan hen, die door de rechthebbenden zijn belast met de bouw, de aanleg of het onderhoud van de graftekens en/of beplantingen gelegenheid om hun werkzaamheden te verrichten op tijden dat de begraafplaats daarvoor geopend is. Zij volgen hierbij de aanwijzingen van de beheerder.

3.    Geen werkzaamheden mogen worden verricht op zon- of feestdagen en tijdens begravingen en diensten in beide kerken en aula. Op zaterdagen mogen geen werkzaamheden door beroepskrachten worden verricht, in opdracht van rechthebbenden, maar is uitsluitend de grafverzorging door de nabestaanden toegelaten.

4.    Iedere dag dienen gereedschappen, afkomende materialen of hulpmaterialen te worden meegenomen of te worden geplaatst of gestort volgens aanwijzigingen van de beheerder.

BEZOEKERS

artikel 7

Het bestuur bepaalt de tijden, waarop de begraafplaats voor bezoekers toegankelijk is. De begraafplaats is voor auto’s en voor fietsen (al of niet met hulpmotor) gesloten. De beheerder kan voor minder validen uitzondering toestaan. Honden worden alleen aangelijnd op de begraafplaats toegestaan.Bezoekers worden verzocht luidruchtigheid te vermijden. Voor het houden van dodenherdenkingen of de plechtige onthulling van een grafteken moet tevoren schriftelijk toestemming zijn verkregen van het bestuur.

ADMINISTRATIE

artikel 8

1.    Het bestuur is verantwoordelijk voor de wettelijke verplichting tot het voeren  van de administratie van de begraafplaats. De administratie bevat in ieder geval een register van de overledenen met vermelding van een registratienummer en aanduiding van de plaats op de begraafplaats waar zij begraven zijn, alsmede een dergelijk register van de bewaarde asbussen. Deze registers zijn openbaar. Daarnaast bestaat er het nabestaandenbestand grafrechten, waarin de namen en adressen van alle rechthebbenden worden geregistreerd.

2.    Het boekjaar van de begraafplaats loopt van 1 januari tot en met 31 december.
Alle rechten, verleend in het eerste half jaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaraan voorafgaand. Alle rechten verleend in het tweede halfjaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaropvolgend.

2 HET VESTIGEN VAN GRAFRECHTEN

SCHRIFTELIJKE OVEREENKOMST

artikel 9

Een grafrecht wordt gevestigd door een schriftelijke overeenkomst met het bestuur, genaamd grafakte.

UITGIFTE VAN GRAVEN

artikel 10

De graven van een gravenveld worden in volgorde, door de beheerder te bepalen, uitgegeven. Het is niet mogelijk een bepaalde grafruimte te reserveren,  tenzij een recht wordt verworven als bedoeld in artikel 11.

RECHT OP EEN GRAF

artikel 11

Het bestuur kan aan één meerderjarig persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht verlenen om voor twintig jaren gebruik te maken van een bepaalde  (uren-) grafruimte, ten behoeve van hemzelf, de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levenspartner, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind. Dit recht wordt verleend onder de voorwaarden, in dit reglement gesteld of door het bestuur later te stellen. In ieder geval moet betaling op grond van artikel 35 van dit reglement zijn geschied en moet bij de rechtsverkrijging schriftelijk worden ingestemd met het ruimen van het graf wanneer dit recht door welke oorzaak dan ook, geëindigd is.

OVERLIJDEN RECHTHEBBENDE

artikel 12

De rechthebbende is verplicht zijn/haar adres aan het bestuur op te geven, alsmede de wijziging van zijn/haar adres.
Na het overlijden van de rechthebbende dient het grafrecht binnen 6 maanden na een daartoe strekkend verzoek van de erfgenaam te worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levenspartner, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind overeenkomstig artikel 13.
Indien de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden begraven of zijn asbus dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving als bedoeld in lid 1 van dit artikel voorafgaand aan die begraving of bijzetting te worden gedaan.

OVERDRACHT GRAFRECHT

artikel 13

1.    Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan het bestuur van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht, met vermelding van de personalia en het adres van de rechtsopvolger.
2.    Overdracht aan een ander dan de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levenspartner, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind van de rechthebbende is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan naar het oordeel van het bestuur
3.    Een rechthebbende kan afstand doen van grafrechten, zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding. Afstand dient schriftelijk te geschieden.

WEIGERING TOT BEGRAVING OF BIJZETTING

artikel 14
Dit artikel is vervallen.

ONTBINDENDE VOORWAARDEN GRAFRECHTEN

artikel 15

Het bestuur verleent grafrechten uitdrukkelijk voor de tijd, gedurende welke het terreingedeelte, waarin zich de graven bevinden, tot de begraafplaats blijft behoren en voor de tijd dat de begraafplaats in exploitatie blijft.
Aan de toegekende grafrechten kan geen titel ontleend worden zich te verzetten tegen de bestemmingsverandering van (een gedeelte van) de begraafplaats of tegen voorgenomen sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

3 HET VERLENGEN VAN GRAFRECHTEN

SCHRIFTELIJK INFORMEREN VAN DE RECHTHEBBENDE

artikel 16

1.    Het bestuur zal uiterlijk een jaar voor het verstrijken van een termijn, waarvoor grafrechten zijn verleend en die kunnen worden verlengd, de rechthebbende schriftelijk attenderen op het aflopen van de termijn van de grafrechten en de voorwaarden bekend maken, waaronder deze grafrechten kunnen worden verlengd voor een termijn van 10 jaar.
2.    Indien het adres van de rechthebbende onjuist of onbekend is zal getracht worden het adres te achterhalen bij de afdeling Burgerzaken van het gemeentehuis.
3.    Indien het adres van de rechthebbende niet ingevolge lid 2 kan worden achterhaald, zal het aflopen van de termijn van de grafrechten bekend worden gemaakt door aanplakking bij de ingang van de begraafplaats en aanplakking bij het graf. De mededeling blijft aangeplakt tot het einde van de termijn van het grafrecht.

VERZOEK RECHTHEBBENDE

artikel 17

1.    Een rechthebbende kan voor de afloop van de termijn schriftelijk verlenging van zijn rechten aanvragen voor een aansluitende termijn van 10 jaar of een veelvoud daarvan.
2.    Het bestuur zal een aanvrage ingevolge lid 1 inwilligen, in zoverre van het recht tot begraven gebruik is gemaakt en geen bijzondere redenen, zoals de voorgenomen ruiming van een gravenveld, zich er tegen verzeten.

VOORWAARDEN VOOR VERLENGING

artikel 18

De verlenging van grafrechten wordt slechts verleend wanneer het onderhoud van het graf zich naar het oordeel van het bestuur niet bevindt in kennelijke staat van verwaarlozing en op de voorwaarden geldend op het tijdstip waarop de verlenging ingaat en volgens de dan geldende tarieven.

VERLENGING BIJ BIJZETTING

artikel 19

Wanneer in een eigen (urnen-)graf, bestemd tot het begraven van twee overledenen een bijzetting heeft plaats gevonden, wordt een lopende termijn van het grafrecht verlengd, indien daarvan tien of meer jaren verstreken zijn en wel met tien jaren, te rekenen vanaf de datum van bijzetting.

4 EINDE VAN DE GRAFRECHTEN

artikel 20

De grafrechten vervallen:
a.     door het verlopen van de gestelde termijn;
b.    indien de betaling van een overeengekomen verlenging van het grafrecht niet binnen een            jaar na aanvang van de verlenging overeenkomstig artikel 35 van dit reglement is geschied;
c.    indien een terreingedeelte, waarin zich de graven bevinden, aan de bestemming van de be-graafplaats wordt onttrokken of wanneer de begraafplaats niet meer als zodanig wordt geëxploiteerd, overeenkomstig artikel 15;
d.    indien de aankondiging van het aflopen van de termijn van het grafrecht overeenkomstig artikel 16 bij de ingang van de begraafplaats aangeplakt is geweest en de rechthebbende gedurende die periode niet heeft gereageerd;
e.    indien de rechthebbende het onderhoud van grafteken of beplanting verwaarloost en na sommatie weigert te doen herstellen of de herstelkosten te voldoen, overeenkomstig art. 31.
f.     Indien de rechthebbende bij onderhandse verklaring afstand doet van een verkregen grafrecht. Wanneer nog geen gebruik werd gemaakt van het recht tot begraven kan een evenredige terugbetaling plaatsvinden.

5 INDELING VAN DE BEGRAAFPLAATS EN ONDERSCHEID VAN
DE GRAVEN

INDELING DOOR BESTUUR

artikel 21

Het bestuur behoudt zich het recht voor de aanleg en de indeling van de begraafplaats, de bestemming van de gravenvelden en het onderscheid in graven vast te stellen en te wijzigen.

SOORTEN VAN GRAVEN

artikel 22

1.    Het bestuur verleent rechten op het tijdelijk gebruik, respectievelijk medegebruik van:
a.  een graf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring.
Bijzetting van asbussen of urnen is toegestaan.
b. een kindergraf of een eigen (urnen-)graf voor een doodgeborene of een onvoldragen vrucht          in een vak, waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring.
c.    een bewaarplaats in de urnenbewaarplaats.
d. een gedenkplaatje op de gedenkzuil in het verstrooiingsveld.
2.    De modellen graftekens worden omschreven in de voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplanting, zoals voorzien in art 29.

GRAVEN

artikel 23

Een graf is bestemd voor het naast elkaar begraven van de lijken of asbussen/urnen van twee met namen aangeduide personen. . Bijplaatsen van een asbus of urn van een derde is na toestemming van of namens het bestuur mogelijk. Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degenen aanwijzen die na overlijden in een enkel graf worden begraven

DUBBELE GRAVEN

artikel 24

Dit artikel is vervallen

KINDERGRAVEN

artikel 25

1.    In een kindergraf wordt een overleden kind begraven dat niet ouder was dan 5 jaar. Dit grafvak kan ook bestemd worden voor het begraven van een doodgeborene of een onvoldragen vrucht,
2.    Een kindergraf wordt uitgegeven als een enkel graf.
3.    Voor de leeftijd tussen 6 en 12 jaar wordt in overleg met de ouders de meest gewenste plaats van begraven afgesproken.

6  ASBUSSEN

BEWARING VAN ASBUSSEN

artikel 26

Asbussen kunnen op de begraafplaats bewaard worden door bijzetting:
a.    in een bestaand graf;
b.    in de urnenbewaarplaats van de begraafplaats.
c.     in een urnengraf

RECHT OP HET BEWAREN VAN EEN ASBUS

artikel 27

De artikelen 9 t/m 25 zijn overeenkomstige toepassing voor degenen die een recht willen vestigen op het bewaren van een asbus op de begraafplaats op een van de in artikel 26 genoemde wijzen.

RUIMING VAN ASBUSSEN

artikel 28

1.    Ruiming van een asbus na het vervallen van het recht op bewaren van de asbus geschiedt door verstrooiing van de as, na overleg met zo mogelijk de (laatste) rechthebbende.
2.    Het bestuur verwijdert het gedenkplaatje van de gedenkzuil na het vervallen van het recht. Overleg met de rechthebbende zal zo mogelijk plaatsvinden.

7 GRAFTEKENS EN GRAFBEPLANTING

VERGUNNING

artikel 29

Het bestuur kan uitsluitend aan rechthebbenden vergunning verlenen om graftekens en/of beplanting op eigen graven te doen aanbrengen.
Deze moeten voldoen aan de voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplanting behorende tot dit reglement en hiervoor door het bestuur vastgesteld of later vast te stellen. Deze voorschriften worden op verzoek aan iedere belanghebbende door de beheerder verstrekt. Graftekens en/of beplanting, die naar het oordeel van het bestuur niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, worden door het bestuur geweigerd en kunnen na aangebracht te zijn door het bestuur op kosten van de rechthebbende worden verwijderd.

RISICO SCHADE AAN GRAFTEKENS

artikel 30
1.    De graftekens worden door natrekking formeel eigendom van de eigenaar van de grond. Het bestuur aanvaardt deze graftekens evenwel niet in beheer. Dit betekent dat de rechthebbende onverminderd verantwoordelijk blijft voor de voorwerpen die zich op de graven bevinden, alsmede voor het onderhoud, met inachtneming van het bepaalde in artikel 31.
2.    Schade aan graftekens ontstaan door storm, vandalisme en/of door op de begraafplaats uitgevoerde werkzaamheden door personeel van de begraafplaats wordt door het bestuur uitsluitend vergoed tot het bedrag waarvoor deze risico’s door de desbetreffende verzekeringsovereenkomsten van het bestuur worden gedekt.

ONDERHOUD GRAFTEKENS EN GRAFBEPLANTING

artikel 31

1.    De graftekens en grafbeplanting moeten ten genoegen van het bestuur behoorlijk worden onderhouden door de rechthebbende. Onder behoorlijk wordt mede verstaan het doen herstellen, vernieuwen of waterpas stellen van graftekens en/of beplanting. Bij een graf voor 2 personen dient het nog niet in gebruik zijnde deel ook volgens de voorschriften te worden onderhouden.

2.    Wanneer naar het oordeel van het bestuur het onderhoud wordt verwaarloosd zal rechthebbende schriftelijk worden gesommeerd dit herstel of onderhoud te doen plaatsvinden. Afschrift van deze sommatie wordt, als de rechthebbende onbereikbaar is bij de ingang van de begraafplaats en bij het graf aangeplakt. Na een jaar is het bestuur gerechtigd ofwel het omschreven herstel of onderhoud op kosten van rechthebbende te doen plaatsvinden ofwel het grafteken en/of beplanting op kosten van rechthebbende te doen verwijderen. Wanneer rechthebbende verklaart deze kosten voor herstel, onderhoud of verwijdering niet te willen voldoen of wanneer rechthebbende deze kosten na uitvoering niet binnen drie maanden na factuurdatum aan het bestuur heeft voldaan of wanneer de recht-hebbende in gene dele heeft gereageerd op de sommatie vervalt het grafrecht zonder dat een evenredige terugbetaling kan worden verlangd.
3.    De aangeplakte sommatie wordt eerst verwijderd indien de rechthebbende in het onderhoud voorziet of het grafrecht is vervallen.

PLAATSEN, VERWIJDEREN, HERPLAATSEN VAN EEN GRAFTEKEN DOOR EEN RECHTHEBBENDE

artikel 32

Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, tot het verwijderen van een grafteken voor een bijzetting en tot het herplaatsen daarvan na een bijzetting moet worden gegeven door een rechthebbende. Wanneer een verwijderd grafteken zich op de begraafplaats bevindt en niet binnen drie maanden na de bijzetting wordt herplaatst is het bestuur gerechtigd de delen daarvan van de begraafplaats te doen verwijderen en te vernietigen op kosten van de rechthebbende.

TIJDELIJK VERWIJDERING GRAFTEKEN DOOR DE BEHEERDER

artikel 33

1.    Indien het vanwege het beheer van de begraafplaats naar oordeel van de beheerder nodig is, kan het grafteken en/of de beplanting van het graf van een rechthebbende op last van en voor rekening van het bestuur worden weggenomen en kan op het graf tijdelijk zand worden gedeponeerd. De rechthebbende wordt hiervan tevoren in kennis gesteld.
2.    Verwelkte bloemen en ontsierde voorwerpen kunnen door de beheerder zonder voorafgaande waarschuwing van de graven worden verwijderd.

VERWIJDERING GRAFTEKENS NA EINDE GRAFRECHT

artikel 34

Binnen drie maanden na het beëindigen van het grafrecht kunnen grafteken en/of beplanting door de rechthebbende van het graf worden verwijderd. Na verloop van drie maanden wordt de rechthebbende geacht geen prijs meer te stellen op het weer in bezit nemen van grafteken en/of beplanting en is het bestuur gerechtigd deze te doen verwijderen en te doen vernietigen.

8 TARIEVEN EN ONDERHOUD

TARIEVEN

artikel 35

1.    Voor het vestigen en verlengen van een grafrecht en voor bijzettingen worden tarieven geheven.
2.    Het tarief voor het grafrecht is samengesteld uit:
a.    een bedrag voor de werkzaamheden aan het graf;
b.    een bedrag voor de huur van de grafruimte voor de duur van het grafrecht;
c.    een bedrag ter bestrijding van de kosten voor het uit te voeren algemeen onderhoud van de begraafplaats, voor de duur van het grafrecht;
d.    een bedrag ter bestrijding van de kosten van verwijdering en vernietiging van het grafteken en/of beplanting na het eindigen van het grafrecht.
3.    Het bestuur stelt een afzonderlijke lijst op van de voor de begraafplaats geldende tarieven. Deze tarieven worden telkenjare aangepast, na verkregen goedkeuring van de Raad van Toezicht.

ALGEMEEN ONDERHOUD

artikel 36

Het bestuur zal zorg dragen dat de afrasteringen en/of ommuringen, de gebouwen, de paden, de groenvoorziening en de beplanting van de begraafplaats worden onderhouden. Tot dit onderhoud van de begraafplaats behoren de werkzaamheden aan de groenvoorziening en de beplanting op en onmiddellijk achter de graven, in zoverre deze niet overeenkomstig artikel 29 door de rechthebbende zijn aangebracht.

BEPERKING ONDERHOUDSVERPLICHTING

artikel 37

Het bestuur verplicht zich aan het in artikel 36 omschreven onderhoud te besteden maximaal de bedragen, die uit de tarieven op grond van artikel 35 voor onderhoud zijn verkregen en daarvoor per jaar beschikbaar zijn, alsmede eventueel van overheidswege daarvoor verkregen subsidies. Deze beperking van de onderhoudsverplichting geldt in het bijzonder na sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

RUIMING VAN GRAVEN EN ASBUSSEN

artikel 38
Het bestuur heeft het recht de graven en de in de urnenbewaarplaats bewaarde asbussen, waarvan de rechten meer dan drie maanden vervallen zijn, te doen ruimen, met inachtneming van de wettelijke termijn.

9 SLOTBEPALINGEN

SLUITING VAN EEN BEGRAAFPLAATS

artikel 39

Het bestuur behoudt zich het recht voor de begraafplaats voor begravingen en voor het bewaren van asbussen te sluiten of gesloten te doen verklaren.
Uitsluitend de betalingen voor begravingen waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden daarna door het bestuur aan rechthebbende gerestitueerd. Het bestuur is niet aansprakelijk voor opgravings-en overplaatsingskosten van rechten en/of graftekens naar een andere begraafplaats.

KLACHTEN

artikel 40

Belanghebbenden kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats bij het bestuur een schriftelijke klacht indienen.
Het bestuur zal binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht beslissen en de klager schriftelijk daarvan in kennis stellen.

ONVOORZIEN

artikel 41

Voor de begraafplaats gelden de bepalingen van de Wet op de Lijkbezorging en aanverwante regelingen. Dit reglement wordt geacht daarmee niet strijdig te zijn. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

WIJZIGING REGLEMENT

artikel 42
Dit reglement heeft de goedkeuring van de Raad van Toezicht. De rechthebbenden en de gebruikers worden van de wijzigingen in kennis gesteld.
Dit reglement is vastgesteld in de vergadering van de Raad van Toezicht van 20 april 2006 en van toepassing verklaard met ingang van 17 december 2006.